Hoezo ‘komkommertijd’?

We zitten er weer in hè. Heb je het al gemerkt? De Grote Uittocht is nu volledig op gang, Nederland is Op Vakantie. De politiek houdt een beetje z’n gemak, ik stel me voor dat zelfs wereldleiders nu een moment voor zichzelf nemen en ergens op een bedje in de zon liggen. Of wat je als wereldleider dan ook maar doet om de politieke stress van je af te laten glijden. Je telefoon gaat minder vaak, de tsunami aan mails lijkt (eindelijk eens) wat af te nemen. En terwijl de wereld een pas op de plaats maakt, zoeken nieuwsprogramma’s zich suf naar onderwerpen die ze kunnen aansnijden om toch maar hun tijd gevuld te krijgen. Dus hoor je op de nationale radio opeens een bericht over het gevaar van slippers dragen tijdens de Tilburgse kermis (jahaaa, dan kun je zomaar in een stuk glas stappen) en het voorpaginanieuws in de regionale krant wordt geüpgrade met het feit dat inwoners van Den Helder niet erg enthousiast zijn in het gescheiden weggooien van hun plastic!

Op zo’n moment weet je het zeker: het is weer komkommertijd.

Gek eigenlijk, dat we zo’n flauwe periode zo noemen, want reken maar dat die komkommerkwekers het reuze druk hebben als het weer komkommertijd is. Het product moet geoogst, verwerkt, verhandeld en getransporteerd worden. En dat in de zomer, de periode in het jaar dat het niet alleen gemiddeld warmer is, maar de handel ook nog eens vlak is… omdat iedereen dan op vakantie gaat. Je zult maar komkommerkweker zijn! Je zou dus eerder zeggen dat ‘komkommertijd’ een verwijzing is naar een periode van hard werken, stress en frustratie, in plaats van een laffe periode van gezochte berichtgeving, flauwe nieuwtjes en algehele ledigheid. Als een komkommerkweker, met het zweet op zijn rug, diep zuchtend zegt: ‘Het is weer komkommertijd’, bedoelt hij daar misschien iets heel anders mee dan die journalist die, wanhopig surfend op het net, niks bruikbaars tegenkomt en hetzelfde verzucht. Zo kun je dus hetzelfde woord voor iets gebruiken, maar er allebei iets heel anders bij denken en beleven. Tja, dan is een communicatiestoornis natuurlijk snel geboren.

’t Is eigenlijk net als met de uitverkoop. Dat moet ik misschien even uitleggen. Laatst zat ik tijdens zo’n fijne sale bij de pashokjes naast een man die gelaten toekeek hoe zijn vrouw met allerlei uitverkoopjes achter het gordijn vandaan kwam, tevreden naar haar spiegelbeeld keek en zei: ‘Mooi hè? En 30% korting!’, waarop hij mij aankeek en droog constateerde: ‘Ik heb begrepen dat we hier geld aan het verdienen zijn.’ Het was wel duidelijk dat hij zelf een heel ander beeld had bij ‘uitverkoop’, iets met een oververhitte pinpas en zo. Zelfde woord, andere betekenis. Wie heeft ooit al eens gezegd dat ‘communicatie een lastig ding is’? Oh ja, dat was ik. Ik bedoel maar…

Comments are closed.